Geofictie Wiki
Advertisement

De grammatica van het Issels wordt gekenmerkt door een relatief groot conservatisme enerzijds (naamvallen, sterke werkwoorden), en een aantal bijzondere eigen ontwikkelingen anderzijds.

Algemeen[]

Het Issels is een flecterende taal, zoals alle Indo-Europese talen. In vergelijking met de andere Germaanse talen is het Issels behoorlijk conservatief. In de ontwikkeling van syntethisch naar analytisch staat het Issels verder dan het IJslands, maar minder ver dan het Nederlands. Het Issels kent bv. een (syntethische) genitief, waar het Nederlands hier omschrijvingen met "van" gebruikt. Net als het Nederlands gebruikt het Issels veel sterke werkwoorden en is de (syntethische) onvoltooide tijd nog heel gebruikelijk, hoewel er ook een (analytische) voltooide tijd voorkomt.

Voor de taaltypologie is het Issels, net als het Nederlands overigens, problematisch omdat er geen dominante woordvolgorde is, maar anderzijds ook geen vrije woordvolgorde. Verondersteld wordt dat de basis een SOV-volgorde is (subject-object-verbum), maar de hoofdzin heeft meestal de volgorde SVO.

Klankleer[]

De uitspraak van het Issels is voor sprekers van het Nederlands over het algemeen niet heel moeilijk. De spelling zorgt voor meer verwarring, omdat bepaalde lettercombinaties die in het Nederlands ook voorkomen, in het Issels een heel andere uitspraak hebben. Zo kent ook het Issels een ij, maar hier wordt de combinatie heel letterlijk uitgesproken: als een korte i met een j-naslag. Ook de ou zou verkeerd gelezen kunnen worden: in het Issels wordt met deze klank de oe (van vloer) weergegeven. Zie verder: Isselse spelling.

Klinkers[]

Het Issels kent 20 monoftongen. Behalve de articulatie is ook de lengte van de klinker in het Issels relevant. De verdeling van klinkers blijkt uit onderstaand schema:

Voor Midden voor Midden Midden achter Achter
ongerond gerond ongerond gerond ongerond gerond ongerond gerond ongerond gerond
Gesloten i, i: y: ø: o, o: u:
Halfgesloten e: ʏ ɪ, ɪ: ɔ, ɔ:
Midden ə
Halfopen ɛ, ɛ: ɜː
Open a: ɐ ɑ, ɑː

Naast deze monoftongen kent het Issels nog een diftong, namelijk de ei ([ɛi]). Vaste combinaties als eaw (Ndl. "eeuw") en ij ([ɪj]) worden in sommige grammatica's ook als diftong gerekend. Het aantal diftongen zou dan op elf in totaal komen.

Het moge duidelijk zijn dat het Issels een grote klinkerinventaris heeft met mogelijk 31 klinkers. Een inventaris van dergelijke omvang is vrij zeldzaam, maar van de Germaanse talen is deze klinkerrijkdom een bekend kenmerk.

Medeklinkers[]

Uit onderstaande tabel blijkt dat het Issels 19 medeklinkers heeft. Alleen bij een aantal plosieven is stem relevant; de meeste Isselse medeklinkers zijn stemloos. De beide approximanten en de l en de r zijn altijd stemhebbend.

  Bilabiaal Labiodentaal Alveolair Palataal Velair Glottaal
Plosief p , b   t , d c k , g ʔ
Nasaal m   n   ŋ  
Vibrant     r      
Fricatief   f s ç   h
Approximant   ʋ   j    
Lateraal     l      

Medeklinkers kunnen in clusters voorkomen. Het maximale cluster aan het begin van een woord gaat uit van drie medeklinkers (skr-, str-, spr-, spl-), aan het einde van een woord kunnen clusters van vier medeklinkers voorkomen (-ltst,-rtst). Deze structuur wordt weergegeven als (C)(C)(C)V(C)(C)(C)(C). Het Nederlands kent dezelfde mogelijkheden; het Fries heeft zelfs meer mogelijkheden.

Hoewel het Issels dus weinig stemhebbende medeklinkers heeft, moeten deze wel altijd stemhebbend uitgesproken worden, dus ook aan het einde van een woord: hoad (hoofd) wordt dus als [hɔːd] uitgesproken, waar het Nederlandse equivalent als [ho:ft] wordt uitgesproken. In het moderne Issels lijkt het er wel op dat de [b] aan het woordeinde verhard, en dus als [p] klinkt: rob (zeehond) klinkt zo soms als [rop], hoewel [rob] de norm is. Een verklaring voor dit verschijnsel is dat de -b als slotklank nauwelijks voorkomt, en dus voor veel sprekers minder natuurlijk voelt dan de -d, die juist heel dikwijls een slotklank is. De [g] komt in het Issels eigenlijk nooit als slotklank voor.

Klemtoon[]

De klemtoon in het Issels is aan regels gebonden, maar die regels zijn niet ondubbelzinnig. Er zijn belangrijke uitzonderingen.

  • De klemtoon ligt in principe op de eerste lettergreep: lengwei (snelweg), karstêd (parkeerplaats), forskrej (voorrang).
  • Bepaalde voorvoegsels kunnen echter niet beklemtoond worden, zodat de klemtoon naar de tweede lettergreep verspringt: arstein (verstaan), behald (behoud), enttwiskin (interactie).
  • Bepaalde achtervoegsels zijn klemtoondragend, zodat de klemtoon naar het woordeinde verspringt: diefeie (dievegge), koneie (koningin), prinsesse (prinses). Dit verschijnsel kennen we ook in het Nederlands (dievegge, prinses). In het Nederlands geldt het echter ook voor woorden als "vriendin" en "componist" - deze achtervoegsels zijn in het Issels dan weer niet klemtoondragend.
  • Bepaalde achtervoegsels trekken de klemtoon in een woord naar zich toe. Het frequente -ij (Ndl. -ig) heeft deze kwaliteit en trekt de klemtoon naar de voorlaatste lettergreep: wanlok-wanlokkij (ongeluk-ongelukkig), étlust-étlustij (eetlust-"eetlustig"). Hetzelfde geldt voor -lik (Ndl. -lijk): tródringa-tródringlik (doordringen-doordringbaar).
  • Afkortingen van het type "AGL" hebben de klemtoon op de laatste letter: sms (sms), EGB (AGL). Ook: alfabet (alfabet).

Onder de vele uitzonderingen vallen leenwoorden en een groot aantal Isselse plaatsnamen. Zo zegt men Langheul, Akke en Marshefa.

Vormleer[]

Zie Grammatica van het Issels: vormleer voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Als flecterende taal beschikt het Issels over verschillende morfemen en een uitgebreide, ingewikkelde vormleer. Werkwoorden worden vervoegd, zelfstandige naamwoorden verbogen. In het hoofdartikel komen ook woorden die niet verbuigen aan de orde, ook al vallen zij strik genomen buiten de vormleer.

Zinsleer[]

Hoofdzin[]

Inversie[]

Bijzin[]

Achtergrond[]

Zie ook[]

Advertisement