Geofictie Wiki
Advertisement

Laargeul is een dorp in de Nederlandse provincie Limburg. Laargeul is een exclave: het wordt omgeven door Belgisch grondgebied. In het noorden grenst aan het Belgische dorp Sippenaeken en in het zuiden aan Blieberg. De afstand tussen het noordelijkste punt en de Nederlandse grens is 820 meter. Laargeul was lang een eigen gemeente, maar valt tegenwoordig onder Vaals. In het dorp wonen zo'n 500 mensen.

Laargeul ligt in het smalle Geuldal; vanuit de hogergelegen omgeving is het dorp daardoor niet eens te zien. Samen met het feit dat Laargeul een exclave is leidt dit tot de nodige scherts, als zou Laargeul niet bestaan. Op internet heeft Laargeul hierdoor een grote naamsbekendheid gekregen.

Geschiedenis[]

De Sint-Jozefskerk

Laargeul is ontstaan aan de rivier de Geul en dankt daar ook zijn naam aan. Het eerste gedeelte, "Laar", verwijst naar de bosachtige omgeving. De eerste kerk werd al in de negende eeuw gesticht. Dit romaanse gebouw is in de 19e eeuw vervangen door een groter exemplaar van de architect Theo Asseler, die in zijn ontwerp wel iets van de Romaanse vormgeving bewaarde.

Tot 1839 hoorde Laargeul bij België, zoals heel Limburg. In dat jaar werd een deel van Limburg bij Nederland gevoegd. Bij het trekken van de rijksgrens werd in beginsel de rivier de Maas gevolgd, maar voor de zuidgrens was dit niet mogelijk. De taalgrens werd niet gerespecteerd: de Nederlandstalige Voerstreek kwam bij de Belgische provincie Luik terecht. Dit leidde hier en daar wel tot verzet. In Laargeul werd dit verzet geleverd door de burgemeester, die de even toepasselijke als ironische naam Lemaire droeg. "Nog liever bij Moresnet," aldus Lemaire. Laargeul weigerde onderdeel te worden van België en kon zich zo handhaven als exclave van Nederland.

In de jaren '80 liep de taalstrijd in België hoog op en stond de Voerstreek in het middelpunt van de belangstelling. Laargeul was als Nederlandse enclave voor de voorvechters van de Nederlandse taal een symbolische plek. In het dorp werden bloemen gelegd bij het standbeeld voor burgemeester Lemaire, maar tegenstanders richten ook vernielingen aan. Inmiddels is de rust in Laargeul weergekeerd.

Economie[]

In het verleden was Laargeul een belangrijk centrum voor smokkelaars. Tegenwoordig is het toerisme de belangrijkste bron van inkomsten. Veel Laargeulers werken elders, met name in Maastricht en Aken. De middenstand is beperkt en vooral op het toerisme gericht. Er is wel een speciaalzaak voor duivenmelkers.

Bezienswaardigheden[]

In de dorpskern zijn enige vakwerkhuizen bewaard gebleven. Het gemeentehuisje in mergelsteen is een rijksmonument, al staat het sinds de laatste herindeling leeg. De katholieke kerk wordt nog wel intensief gebruikt, het gebouw met twee torens domineert het kleine dorpsplein. Op dat plein staat een standbeeld voor burgemeester Lemaire, dat in de volksmond wel "de Bötternaze" genoemd, de "Boterneus", omdat door Lemaires inzet het dorp in de tijden van de botersmokkel haast letterlijk met de neus in de boter viel.

Dialect[]

De bevolking spreekt een Limburgs dialect dat aansluit op dat van de omgeving, de Belgische Voerstreek. De streektaal spreekt in het dagelijks leven nog een belangrijke rol, maar doordat er veel inwijkelingen vanuit Nederland zijn komen wonen wordt er voor het voortbestaan gevreesd.

Advertisement