Geofictie Wiki
Advertisement

In de stad Neiste wonen nog geen 30.000 mensen, maar toch heeft deze stad een indrukwekkend oud centrum en is het de hoofdstad van de provincie Lense. Verder is de stad een belangrijk regionaal centrum voor de Kommargó, de landtong die het noordwesten van Lense uitmaakt.

Geschiedenis[]

Neiste is een van de oudste middeleeuwse centra van Issel en waarschijnlijk ook de oudste stad, al strijdt het om die titel met Endeheim, dat eerder verdedigingswerken aanlegde.Alin 1012 wordt Neiste als Nesstede genoemd als markt, haven en bestuurlijk centrum. In 1102 wordt Neiste met Lujltjurk en Endeheim omschreven als een van de "drie stenen steden" in het Isselse koninkrijk. De stad kon ontstaan door de aanwezigheid van een zoetwaterbron nabij een smalle landtong in de Noordzee: een ideale plaats voor een haven, en ook al vroeg de plek van een heiligdom (vanwege de bron).

De enige van de twee westtorens die voltooid werd

De grootste bloei maakte Neiste pas in de twaalfde en dertiende eeuw door, toen het als kerkelijk centrum een machtige stad was: het bisdom Lense was hier gevestigd. De grootste gotische kathedraal van Issel, de St. Marts, kwam gereed in het stadscentrum: het gebouw moest de kathedraal van Lujltjurk overtreffen en in grootte en pracht wedijveren met de Engelse kathedralen uit die tijd. Hoewel de kathedraal nooit helemaal gereed kwam - slechts één van de twee westtorens werd gebouwd, de vieringtoren werd uiteindelijk lager en soberder dan gepland - lijkt die missie wel geslaagd: nog steeds wordt Neiste door dit gotische meesterwerk gedomineerd.

Na de middeleeuwen komt het economische zwaartepunt in Issel steeds meer rond de Isselse Zee te liggen. Steden als Marshefa, Sweihei, Akkerá en natuurlijk Langheul komen op. Neiste neemt daardoor in belang af, al blijft het de woonplaats van de graven van Kommargó, die hun grondgebied uitbreiden tot het hele westen van Lense. In de stad verrijst een fraai grafelijk paleis, en de kathedraal wordt nog verfraaid - maar niet van geld dat in Neiste zelf wordt verdiend. De burgerbevolking van Neiste neemt af.

Pas in de 19e eeuw, als Issel provincies krijgt, wordt Neiste weer belangrijk: Neiste wordt provinciehoofdstad. De stad wordt aangesloten op het spoorwegnet en krijgt zo een snelle verbinding met It Ton en Ny-Nesse. Een indrukwekkend stationsgebouw komt gereed. Toch stagneert de industriële ontwikkeling.

Neiste is tegenwoordig vooral een ambtenarenstad. In de stad bevinden zich nog regionale opleidingscentra en een vrij groot winkelcentrum, want Neiste is de enige "stad" in landelijke omgeving. In de zomer is Neiste geliefd bij watersporters en toeristen.

Stadsbeeld[]

De kathedraal vanuit het noordoosten

Neiste heeft een vrij grote historische binnenstad. De kern ervan ligt dichtbij de zoetwaterbron, terwijl de kathedraal op de indrukwekkende hoge landtong ligt, zodat ze van zee goed zichtbaar is. Rond de kathedraal staan nog altijd de middeleeuwse stadsmuren. Het centrum wordt door een hoge heuvel, de Kinsbeor (zo'n veertig meter) van de rest van Kommergó afgesloten. Aan de andere kant van de heuvel ligt het station. Een voetpad leidt over de heuvel heen, zodat aankomende reizigers meteen worden getrakteerd op een adembenemend uitzicht over de oude stad en de kathedraal. Rondom het station strekt zich de moderne stad uit.

Historisch centrum[]

Het historisch centrum van Neiste is een beschermd stadsgezicht en is dan ook goed behouden.

  • Zonder twijfel de belangrijkste bezienswaardigheid is de St. Martskathedraal. De vieringtoren, die oorspronkelijk nog hoger had moeten worden, torent boven heel Neiste uit met z'n sierlijke spits. De kathedraal is schitterend versierd: rond het gebouw wandelen is als door een museum lopen. Ook de interieurs zijn interessant: de gebeeldhouwde passie, het hoge, zware koorhek, de bijna dreigende preekstoel met z'n fascinerende houtsnijwerk, de oude tapijten in de kapellen, het licht dat door de glas-in-loodramen komt binnenvallen... Een bezoek aan deze kathedraal is een magische ervaring.
  • Het bisschoppelijk paleis bestaat uit een vrij uitgestrekte laagbouw die via twee galerijen met de kathedraal verbonden is. De binnentuin tussen deze twee galerijen is voor het publiek toegankelijk, het paleis zelf niet. Het ontwerp voor dit paleis dateert uit dezelfde periode als dat voor de kathedraal, maar het is veel soberder uitgevoerd. De zware poort ten oosten van het complex dateert uit de 19e eeuw en was onderdeel van een nooit uitgevoerd plan om het paleis te vergroten en te verfraaien.

Weldeit

  • De parochiekerk Onze-Lieve-Vrouwe staat op de rand van het groene kathedraalterrein en dicht tegen de kustlijn. Vroeger stonden er huizen rond het gebouw, maar die werden in de 19e eeuw afgebroken om de zichtlijnen naar de kathedraal te verbeteren.
  • Het straatje Weldeit verbindt het "religieuze Neiste" met het wereldlijke centrum. Dit straatje lijkt sinds de 16e eeuw onveranderd en is dan ook buitengewoon fotogeniek. Één van de huisjes, Weldeit 8, is ingericht als oudheidkamer.
  • Het stadhuis aan de Markt, een bezienswaardig rechthoekig plein, staat op de plek van een middeleeuwse donjon die bewoond werd door de graven van Kommargó. Het huidige stadhuis dateert uit de zestiende eeuw en is een van de fraaiste voorbeelden van de renaissance in Issel. Het torenspitsje werd pas in de 19e eeuw toegevoegd.
  • Het Heirmanspalasse ofwel grafelijk paleis is een megalomaan bouwwerk dat in stijl duidelijk beïnvloed lijkt door het Hollands Classicisme en inderdaad oogt als een fors paleis. Het paleis ligt vrij dicht aan zee. Aan de waterkant staat nog een oud boothuis dat in de oorlog, toen de havens van Langheul werden gebombardeerd, plaats bood aan de beroemde koninklijke aak. Dit bleek een verstandige beslissing: in 1941 ging het koninklijke boothuis in de hoofdstad in vlammen op, en de aak zou bij die brand zeker ook verwoest zijn, als hij dus niet hier in Neiste was opgeborgen.
  • Neiste was vroeger aan drie zijden omsloten door de zee en werd in het oosten door de Kinsbeor afgesloten, dus aan een grote stadsomwalling was eigenlijk nooit nood. Toch werd er, enkel om het prestige, aan een stadswal aan de oostzijde begonnen en daarvan rest nog de Kommarbó, de enige echte stadspoort van Neiste. Het gebouw werd in de 19e eeuw ingrijpend gerestaureerd. Toen werd ook de bovengalerij toegevoegd die strategisch absoluut nutteloos is, maar de bezoekers wel een mooi uitzicht over de stad biedt. In het gebouw is een restaurant.

Dwalend door het centrum waant men zich bij momenten in de middeleeuwen. Men doet er goed aan, de winkelcentra in het noordoosten van het centrum, bij de oude binnenhaven, te vermijden: de confrontatie met de 20e eeuw is hier bepaald niet subtiel.

Buiten het centrum[]

Hoewel de belangrijkste bezienswaardigheden van Neiste in het centrum liggen, zijn er ook buiten het centrum een aantal attracties.

De abdij van Leibeor.

  • Het station, Hajste Neiste, is een wonderlijk 20e eeuws bouwwerk dat een soort overgang vormt van de traditionele 19e eeuwse stationsarchitectuur naar modernere stijlen, met details die doen denken aan de Amsterdamse School. De centrale hal, waar vier perronsporen zijn voorzien (het is een kopstation) is aan drie zijden omsloten door baksteengevels met grote vensters. Het zware smeedijzer en de kitscherige lampen doen denken aan de 19e eeuwse Isselse stations (Ny-Nesse, It Ton), terwijl de moderne vensters en de sobere vormen juist vooruitstrevend zijn.
  • De Abdij van Leibeor ligt iets buiten de stad op een vrij groot stuk eigen grond, waar een fraai landgoed met lanen, vijvers en een koekamp is aangelegd. Het gebouw zelf is grotendeels barok, maar er zijn middeleeuwse muurresten teruggevonden. Voor Lense is de abdij lang van groot politiek belang geweest.
  • Het provinciehuis uit 1954 werd door de Isselse architect Aker af Jembrei ontworpen en bestaat uit meerdere gebouwen die door een glazen gang met elkaar zijn verbonden. Het centrale blok staat een een modern plein en heeft een kleine toren. De vormgeving is strak en sober: alleen het sierlijke wapen van Lense, met de zeemeerminnen, is enigszins frivool en contrasteert zo met de sobere bakstenen.

Het grootste deel van Neiste buiten het centrum bestaat uit saaie buitenwijken. Langs de kustlijn vindt men nog wat aardige villawijken die een bezoek waard zijn. Ga dan wel in de winter: in de zomer liggen de villa's verscholen achter het gebladerte.

Verkeer en vervoer[]

Neiste vormt het eindpunt van een landtong die in westelijke richting in zee uitsteekt. Alle verkeer bereikt en verlaat de stad derhalve via het oosten.

Auto[]

Het provinciehuis van Lense

Met de auto is Neiste te bereiken via de L4, een autosnelweg die aansluit op de L1 bij It Ton. De historische binnenstad van Neiste is autovrij; alleen bestemmingsverkeer mag hier komen. Gelukkig is er kort buiten het centrum, bijvoorbeeld bij de Kommargó, voldoende parkeergelegenheid.

Trein[]

Treinen komen aan op het genoemde station, dat op loopafstand van de binnenstad ligt. Er is ieder uur een intercity naar Noloage via Ny-Nesse, It Ton, Lujltjurk, Akkerá en Langheul. Ook is er een snelle trein naar Marshefa, eveneens via Ny-Nesse en It Ton.

Bus[]

In de stad rijden bussen. Neiste is niet groot en de afstanden zijn dan ook beperkt. Veel bussen rijden tot ver buiten de stad en verbinden zo het omringende platteland. Er zijn lijnbussen naar Kúnde en Nyjrby.

Fiets[]

Neiste is fietsvriendelijk, al zijn delen van de binnenstad ook voor fietsers afgesloten, om het straatbeeld niet te verstoren. In de omgeving zijn toeristische fietsroutes uitgezet die onder meer de abdij van Leibeor aandoen.

Dialect[]

Het dialect van Neiste heeft eeuwenlang de toon gezet voor de andere dialecten in Kommargó. Het geldt dan ook as prototypisch voor de dialecten van deze streek. Typisch is de overdreven ronding, die van de a bijna een o maakt en van de ee een eu-achtige klank. Het Neisters behoudt de -v- en de -w- in woorden waar het Issels dat niet doet. "Geven", in de standaardtaal jeon, klinkt in het Neisters als jeuiwa. Het dialect heeft een typische, zangerige uitspraak: de stem gaat aan het einde van de zin wat omhoog.

Advertisement