Geofictie Wiki
Advertisement

Tsjidië, in het Tsjidisch Scidiy (Cyr. Щидий), is een onafhankelijke republiek in het uiterste oosten van Europa, ingeklemd tussen Rusland, Turkije, Zuid-Abchazië en Homsjetië. Tsjidië was tot 1919 onderdeel van het Ottomaanse Rijk en wordt vaak als een min of meer kunstmatige staat gezien, die vele volkeren huisvest en zich nooit tot een echte natiestaat heeft kunnen ontwikkelen.

Tsjidië heeft zo'n 13 miljoen inwoners. Het westen van het land is het dichtst bevolkt. Hier ligt ook de hoofdstad Akoys, een historische havenstad met 1,5 miljoen inwoners.

Geologie[]

Het grootste deel van Tsjidië bestaat uit droge, bergachtige gebieden. In het noorden zijn er goede landbouwgronden die in de Sovjettijd intensief werden gebruikt, maar nu aan particulieren zijn verkocht, waarna de productie is teruggelopen. De kuststreek is bergachtig, de havensteden liggen vaak in smalle dalen of direct aan zee. Alleen de delta van de Aka is vlak en vruchtbaar: hier ligt de hoofdstad Akoys.

Talen[]

De voertaal van Tsjidië is het Tsjidisch, een taal die vooral langs de kust wordt gesproken en in de middeleeuwen de lingua franca van de regio was. In de binnenlanden worden afwijkende regionale talen gesproken, waaronder Homsjetisch en Abchazisch, terwijl in het gehele land het Russisch en het Turks belangrijke minderheidstalen zijn.

Identiteit[]

Cultureel is Tsjidië sterk door de Ottomaanse overheersing gevormd, maar ook de Russische invloed - tussen 1924 en 1991 was Tsjidië een Sovjetrepubliek. Tegenwoordig oriënteert het land zich op het westen. Het land wordt behalve door Tsjidiërs ook door Kaukasiërs, Russen, Turken en West-Armenen bevolkt.

De Tsjidiërs zien zichzelf als een "teruggedrongen volk" (Varbrina pa'Anduza) dat ooit een veel groter deel van het Zwarte Zeegebied beheerste. Ze zouden door met name de Turken zijn verdrongen uit hun oorspronkelijke leefgebieden en uiteindelijk enkel het droge Tsjidië hebben overgehouden. In de 19e eeuw legden wetenschappers een link tussen de Scythiërs uit de oudheid en de moderne Tsjidiërs - de landsnaam Scidiy lijct inderdaad van Scythie te zijn afgeleid. Toch is het niet waarschijnlijk dat de Tsjidiërs Scythen zijn. Veel eerder zijn zij verdreven Anatoliërs, wat enigszins met de eigen legenden lijkt te kloppen.

De minderheden in de binnenlanden verklaren graag dat niet de Tsjidiërs, maar zij de echte teruggedrongen volkeren zijn. De Abchaziërs en Homsjeten proberen aansluiting te vinden bij de onafhankelijke republieken in het oosten, waarvan de grenzen overeenkomen met die van oude Sovjetrepublieken en niet met taal- en cultuurgrenzen. Een gevoel van nationale eenheid ontbreekt in Tsjidië, zelfs de Tsjidiërs zelf zien zich als tijdelijke bewoners van hun land, in afwachting tot teruggave van "hun" Anatolië.

Geschiedenis[]

Tsjidië werd al in de oudheid bewoond door met name Scytische (Iraanse) volkeren. In de middeleeuwen wordt voor het eerst van een "teruggedrongen volk" melding gedaan, dat erin slaagde de handel op de Zwarte Zee binnen korte tijd te domineren. In de late middeleeuwen was het Tsjidisch een belangrijke handelstaal en voerden Tsjidische troepen succesvolle veld- en zeeslagen met de Ottomanen, al kregen de Tsjidiërs nooit controle over de Bosporus. Het Tsjidische Rijk strekte zich tot in het huidige Rusland uit; ook de Krim werd enige tijd door Tsjidië beheerst. De Tsjidiërs leverden als christelijk volk ook een bijdrage aan de kerstening van dit deel van Europa.

Vanaf de late middeleeuwen verzwakte het Tsjidische Rijk en slaagden de Ottomanen erin hun oude tegenstander in te lijven in het Ottomaanse Rijk (1526), dat toen het hele Zwarte Zeegebied omvatte. De Ottomanen werden later teruggedrongen vanuit het noorden, waarbij ook oude delen van het Tsjidische Rijk werden terugveroverd door Slaven en Konstijnen. De delta van de Aka bleef echter Ottomaans.

In de 19e eeuw zorgden de Krimoorlog en de Russische veroveringen op de Kaukasus ervoor dat veel moslims uit de omringende landen naar de Tsjidische gebieden vluchtten, waar zij op dat moment nog veilig waren. Tegelijkertijd kwam ook in Tsjidië een christelijke onafhankelijkheidsbeweging op. Opstanden werden bloedig neergeslagen door het Ottomaanse gezag: bij de opstand van Neya Bonda in 1876 kwamen 6.000 christenen om het leven. Tegelijkertijd vonden er ook aanslagen op ingeweken moslims plaats.

Als het Ottomaanse rijk wordt meegesleurd in de Eerste Wereldoorlogen zien Tsjidische nationalisten hun kans schoon en roepen de onafhankelijke republiek Tsjidië uit. Deze republiek wordt in 1922 door het nieuwe Turkse gezag officieel erkend, maar Rusland heeft er andere plannen mee. Al in 1923 worden de oostelijke delen, waar nauwelijks Tsjidiërs wonen, bij de Sovet-Unie ingelijfd als de deelrepublieken Zuid-Abchazië en Homsjetië. Vanaf 1925 wordt heel Tsjidië een socialistische Sovjet-Republiek. Pas in 1991 zal het land opnieuw onafhankelijk worden.

Advertisement